Focus op de middelmaat slaat excellentie dood

In het opiniestuk getiteld ‘Laat de gewone student met rust’ van Jeroen van Baar van vrijdag 3 januari 2014 pleit Van Baar ervoor te ‘accepteren dat we allemaal best wel gewoon zijn’. Hij stelt dat de afgelopen jaren aan de zesjescultuur een einde is gemaakt. Die stelling strookt totaal niet met de ontwikkelingen in het Hoger Onderwijs van de laatste jaren. Een pleidooi voor het laten herleven van de zesjescultuur leidt alleen maar tot verspilling van talent.

Sinds de uitspraak van Balkenende in 2003 hebben in het Hoger Onderwijs een hoop veranderingen plaatsgevonden. Al die veranderingen hadden negatieve effecten voor studenten met meer in hun mars. Neem nu het feit dat het instellingscollegegeld (vaak zo’n € 10.000) moet worden betaald voor het volgen van een tweede studie na een eerste. Studenten die op deze wijze willen excelleren zijn over het algemeen zeer gemotiveerd en kunnen door het combineren van twee vakgebieden nieuwe inzichten ontwikkelen. Helaas, het kan niet meer.

Een ander voorbeeld zijn de prestatieafspraken. De overheid laat de financiering van instellingen afhangen van rendementscriteria: zo veel mogelijk studenten moeten zo snel mogelijk afstuderen. Dit ís de door Van Baar bepleitte zesjescultuur: zo snel mogelijk studenten met zesjes door hun opleiding jagen om ze als grijze muizen aan de arbeidsmarkt af te leveren. Universiteiten doen dit door hun opleidingen steeds schoolser te maken. Zo heeft de TU Delft vanaf dit jaar op veel opleidingen verplichte huiswerkopgaven, moeten studenten bij andere opleidingen zich elke dag van 8:30 tot 17:30 laten opsluiten en spreekt men bij sommige studies van ‘klassenvertegenwoordigers’. Het maken van opgaven onder je niveau en verplicht aanwezig moeten zijn stimuleert slimme studenten niet. Sterker nog, het is verspilling van talent.

Dit zijn slechts een paar voorbeelden die laten zien dat het Hoger Onderwijs zich juist meer is gaan richten op de middelmaat en niet minder. Depressieve studenten met een minderwaardigheidscomplex moeten we natuurlijk voorkomen. De focus op de middelmaat brengt excellente studenten echter in precies dezelfde situatie. De zesjescultuur viert in het onderwijs al hoogtij en leidt tot niets meer dan in het keurslijf gedrukte studenten.

Wouter Verbeek is masterstudent Systems and Control aan de TU Delft en volgt tevens de master Econometrics aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Een verkorte versie van dit artikel verscheen onder de titel “Hoger onderwijs stimuleert nog steeds middelmatigheid” op 6 januari 2013 in NRC Next

Bèta’s zijn overal nodig

Maandag 1 oktober schreef ex-bèta Ernstjan van Doorn een betoog voor meer focus op het ‘verlies’ van 60% van de bèta-afgestudeerden omdat deze niet in de bèta-tech industrie terecht komen. Volgens Van Doorn wijst dit op een mis-match tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Niets wijst echter op zowel een verlies als een mis-match. Daarop focussen lijkt dan ook een slecht idee.

Welk verlies?

Allereerst stelt van Doorn dat het ‘natuurlijk niet de bedoeling’ is dat net-afgestudeerden niet in de bèta sector terecht komen. Maar laten we ons eens afvragen wat nu precies het probleem is met het feit dat 60% van de bèta’s in een andere sector gaat werken. Zeggen dat het ‘natuurlijk niet de bedoeling’ is hiervoor niet voldoende. Ingenieurs gaan niet voor niets werken bij banken, verzekeringsmaatschappijen, ministeries of in bij voorbeeld de politiek.

Deze sectoren hebben bèta’s namelijk ook keihard nodig. Zoals recent iemand uit het bankwezen aan Delftse studenten vertelde: “Kom alsjeblieft werken in de financiële sector. Wij hebben mensen die goed kunnen rekenen keihard nodig!” Bèta’s in die sectoren zijn een aanwinst en geen verlies. Sterker nog: het weghalen van bèta’s uit deze sectoren lijkt mij erg slecht voor dit land.

Geen mis-match

Mocht je dit dan toch willen beïnvloeden, is het probleem dan de ‘mis-match’ tussen de arbeidsmarkt voor bètatechnici en de afgestudeerden? Naast het feit dat technici (samen met medici) het snelst aan een baan komen,  speelt er iets speciaals: veel technische studenten studeren af bij een technisch bedrijf en krijgen daar direct een baan aangeboden.

Deze bedrijven krijgen hun werknemers dus direct binnen via afstudeerprojecten. In TU-kringen heeft iemand die afstudeert en nog geen baan binnen de sector aangeboden heeft gekregen toch iets ‘fout gedaan’. Dit wijst niet op een mis-match, eerder op een uitstekende match.

Onwenselijk

Het is ook maar de vraag of het wenselijk is afgestudeerden in een andere richting te sturen. Het bedrijfsleven bepaalt immers zelf als beste waar men behoeft aan heeft. De afgelopen jaren is gebleken dat dat niet de ‘paardenmanagers’ en ‘culture antropologen’ waren. Die kwamen immers, in tegenstelling tot bèta-afgestudeerden, nauwelijks aan een baan. Misschien zit het probleem dan ook wel meer bij de vele niet-aansluitende posities voor alfa- en gamma-afgestudeerden dan bij de bèta-afgestudeerden die overal aan de slag kunnen.

Stuart Mill schreef in ‘On Liberty’ dat vrijheid bestond uit ‘doen wat men wil’. Als een bèta een baan vindt bij een bank, is dat toch een prima keuze? Waarom moet er het woord ‘verlies’ aan worden gehangen? Waarom zou die bèta in een andere sector moeten gaan werken? Met verbazing heb ik kennis genomen van deze delen van het betoog van Van Doorn. Zeker gelet op zijn PvdA-achtergrond,de partij waarvan Wouter Bos ooit zei dat er ‘de echte liberalen’ zitten.

Bèta’s zijn overal nodig

Laten we de bèta’s vooral behouden voor de politiek, bij banken en ministeries; ze zijn daar van enorme toegevoegde waarde, maar laten we óók zorgen dat er meer bèta’s voor de industrie komen. Dat mes snijdt aan twee kanten: Meer mensen aan een baan en meer bedrijven met voldoende personeel.

Stilzitten en rapporten schrijven over ‘sector brede aanpak’ is achteruitgang. Het tekort wordt steeds nijpender. De oproep van de TU’s is dan ook volkomen terecht en keihard nodig: focus op het aantal afgestudeerden want bèta’s zijn overal nodig!

Wouter Verbeek is student Systems & Control aan de TU Delft en acht de kans aanwezig nooit in de techniek terecht te komen. 

Dit artikel verscheen op 8 oktober 2012 op ScienceGuide.

Onderwijs slachtoffer van snelstudeerhype

Met de uitspraak dat “de studenten gewoon zelf moet uitmaken hoe lang hij er dan over wil doen” slaat Mark Rutte niet alleen het fundament weg onder de langstudeerboete, maar ook de helft van het hele HO-beleid van het huidige kabinet. Het wordt steeds duidelijker dat de noodzaak om sneller te studeren niet meer was dan een hype. Helaas hebben we de afgelopen tijd wel de gevolgen gezien van de hype.

Mark Rutte verklaarde zelf in een artikel van 11 juli op ScienceGuide tégen een langstudeerboete te zijn. Hij vindt dat studenten zelf moeten weten hoe lang zij over hun studie doen.

Die uitspraak heeft niet alleen gevolgen voor het draagvlak van de langstudeerboete, maar voor veel meer actuele zaken. De prestatieafspraken bijvoorbeeld zijn voor een groot deel gericht op het studierendement.  Er wordt gemeten hoeveel studenten er binnen 4 jaar hun bachelor halen en universiteiten worden daar op afgerekend. Als de student het zelf moet weten, kan daar onmogelijk een universiteit op worden afgerekend. Al deze onderdelen van de prestatieafspraken lijken dus hun draagvlak te hebben verloren.

De  meeste universiteiten hebben zich gek laten maken door de, van het CDA afkomstige, hype van amper twee jaar. TU Delft heeft zich bijvoorbeeld vastgelegd op een verdubbeling van het bachelorrendement na 4 jaar van 27% in 2010 naar 55% in 2015. De gevolgen daarvan worden steeds zichtbaarder: het 40 uur per week ‘ophokken’ van studenten op de TU Delft, het slagen met vijven op de UvA en tot slot het simpelweg schrappen van 15% van de vakinhoud op de TU Delft.

Allemaal zaken die de onderwijskwaliteit hebben verlaagd en zijn ingevoerd om er maar voor te zorgen dat studenten nominaal studeren. Nu blijkt dat na het bedrijfsleven en de studenten, ook de overheid niks meer ziet in het bepalen van iemands studieduur. Het onderwijs is het slachtoffer geworden van niets meer dan een kortstondige snelstudeerhype.

Wouter Verbeek is student Systems and Control aan de TU Delft en vicevoorzitter van de Vereniging voor Studie- en Studentenbelangen te Delft (VSSD)

Dit artikel verscheen op 13 juli 2012 op Joop.nl

Medelijden met Maxime

Het begon allemaal in 2010 met een campagne van het CDA getiteld ‘Handen af van de stufi’. Het CDA dacht toen dat het afschaffen van de studiefinanciering op lange termijn meer kost dan het oplevert. Ook nu nog is dat het standpunt van het CDA.

Maar iedereen weet: regeren is compromissen sluiten. Het CDA wisselde de studiefinanciering in, in ruil voor een langstudeerboete. Maxime Verhagen werd aan het einde van de onderhandelingen benoemd tot Minister van Economische Zaken, Landbouw en, niet geheel onbelangrijk, Innovatie. Hij moet er voor zorgen dat Nederland weer in de top 5 kenniseconomieën terecht komt. Een taak waarvoor alles op alles moet worden gezet. Al snel wordt duidelijk dat het grootste probleem het tekort aan bètatechnici is. Het aantal techniekstudenten moet verdubbelen willen we niet achterop raken.

Terwijl Maxime Verhagen er zijn best voor doet dit te bereiken door bijvoorbeeld het topsectorenbeleid en het Platform Bèta Techniek is zijn collega bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met het tegenovergestelde bezig. Staatssecretaris Zijlstra is begonnen met het invoeren van een langstudeerboete. Meteen is duidelijk dat vooral technische studenten de dupe zijn van die boete. Als je 40 uur per week aan je studie zit en alsnog gemiddeld 7,2 jaar over je ingenieursopleiding doet, is de kans op een boete wel erg groot. De langstudeerboete kan beter een ‘zware studie’-boete worden genoemd.

Halverwege januari, amper twee weken nadat Yacht bekend maakt dat de vraag naar technici in het laatste kwartaal van 2011 enorm is gestegen en spreekt over een kenniscrisis, stuurt Halbe Zijlstra het voorstel voor het afschaffen van de masterstudiefinanciering naar de Tweede Kamer. Beta en technische masters duren twee keer langer dan andere studies. Door het wetsvoorstel bouwen bètatechnici dus een twee keer zo hoge studieschuld op. Nog een reden, naast het lage startsalaris en de langstudeerboete, om maar geen ingenieur te worden. Dat dit evident is, blijkt wel uit het feit dat vrijwel alle betrokken organisaties, van VNO-NCW tot ISO de noodklok hebben geluid over de “volstrekt contraproductieve effecten”.

Dit actieve bèta-ontmoedigingsbeleid moet Maxime Verhagen toch pijn doen. Hij zet zich in voor de kenniseconomie, maar door zijn collega bij OC&W is het vechten tegen de bierkaai. De bedrijven, die ons land weer bij de top 5 moeten trekken, zoals ASML, moeten zelfs in de media het kabinet erop wijzen dat dit niet gaat werken. En Maxime, die zit met handen en voeten gebonden aan het regeerakkoord. Wat moet het frustrerend zijn om als minister je ambities niet waar te kunnen maken omdat je collega contraproductief beleid aan het maken is en je er niks van mag zeggen. Ik heb medelijden met Maxime.

Wouter Verbeek is student Systems & Control aan de TU Delft en vicevoorzitter van de Vereniging voor Studie- & Studentenbelangen te Delft

Dit artikel verscheen op 13 maart 2012 op Nationale Onderwijsgids.nl.

Het uitzicht bewonderen bij Maxon Motor

Vandaag ben ik bij Maxon Motor op bezoek geweest. Maxon Motor is één van de bekendste producenten van gelijkstroommotoren, en sponsort ons project. ’s Ochtendsvroeg vertrokken we per trein, die ons langs de prachtige Sarnersee leidde, naar station Ewil Maxon(ja ze hebben een eigen treinstation gekocht). Het uitzicht op het Maxon hoofdkantoor is werkelijk waar sprookjesachtig; normaal zou je er al graag even voor omrijden. Nadat we bij waren gekomen van het landschap moest er een presentatie worden gegeven, en mochten we, samen met de CEO(toch van een bedrijf van zo’n 1600 man) even onze bestellijst opgeven.

Na de formele zaken en een lunch, was het tijd om de Maxon fabriek eens van binnen te zien. Alles bij Maxon Motor wordt nog met de hand gedaan. Vrijwel alleen door vrouwen, omdat die wel precies met hun handen kunnen werken. Van het wikkelen van de spoelen tot het in elkaar zetten van de onderdelen. Doordat alles handwerk is, en ook alles door mensen wordt gecontroleerd, is het mogelijke zeer hoogwaardige en ‘custom made’ producten af te leveren. De slogan van Maxon is dan ook niet voor niets “driven by precision”. Natuurlijk is het nadeel ook dat ze voor grote aantallen onmogelijk kunnen concureren met China. Alle motors worden pas gemaakt nadat ze bestelt zijn omdat ben heel veel producten naar wens aanpast. Zoals onze rondleider zei: “If you have the money, we can design a whole new motor for you.”

Al met al was het een bijzonder leuke, indrukwekkende en leerzame dag. Ook snappen we nu eindelijk waar de prijzen van de motoren vandaan komen.

Uitzicht bij Maxon Motor(foto via: http://www.wallpaper4computer.com)
Maxon Poster

De eerste figuurlijke stapjes

Jullie hebben hier op mijn blog zo nu en dan al eens iets kunnen lezen over hoe het hier in Zürich gaat naast mijn studie en ook over hoe het in de projectgroep gaat, maar nog niet inhoudelijk. Juist daar wil ik nu verandering in aanbrengen. Ik zal hier een beetje toelichten waar ik zo al dag in, dag uit mee bezig ben.

Allereerst het projectdoel. Begin september ging ik hier nog naar toe met het idee aan de W-Prize deel te nemen. We hebben aan het begin van het project toch moeten besluiten de doelen wat bij te stellen. Aangezien het vrijwel onmogelijk is een serieuze kans te maken op de W Prize voor een stel bachelor-studenten in één jaar. Daarom is het doel nu als volgt: “Create an autonomous running robot that can run 10 km on a running track, with a minimum speed of at least 1 m/s.” In basis komt het erop neer dat zowel de tien kilometer(efficiency component) als het rennen al gedaan zijn, maar nog nooit gecombineerd. Het feit dat het op een running track moet gebeuren betekent dat de robot ook moet kunnen draaien.

Na de zeer trage start zijn we inmiddels aardig op weg. Ik zit zelf in het “Mechanical Engineering Team”, en dat betekent dat ik me bezig houdt met de hardcore werktuigbouw. Tot nu toe vooral het ontwerpen van de benen. Afgelopen vrijdag hadden wij het voorlopige concept van het been klaar. Na een kritische blik van onze begeleiders zullen er nog wel wat dingen worden aangepast, maar de achterliggende gedacht blijft wel overeind. Naar verwachting gaan we volgende week beginnen met het bestellen van componenten. In het plaatje hieronder is ons been te zien.

Het been heeft in totaal twee vrijheidsgraden. Dit betekent dat het been zowel kan draaien(heup), als kan in en uitschuiven. Het idee is dat wanneer het been de grond raakt de veer wordt ingedrukt. Op dat moment ‘slingert’ het lichaam zich naar voren met behulp van een motor. Het been wordt nog een beetje uitgestrekt (met behulp van een soort grote schroef die wordt uitgedraaid), en daarna ontspant de veer zich weer. In de lucht trekt het been zich in slingert weer naar voren en de cyclus begint van voor af aan. Onze planning is om volgende week ook de body te hebben. Ik zal dan ook een plaatje daarvan op mijn blog zetten. Verder voor de technici onder ons. Hier beneden staat een gedetailleerd technisch verhaal.

Een schets van de robot
Zijaanzicht been
De heupconstructie

Technische hip blaat verhaal

Cultuurverschillen

Ondertussen zit ik alweer geruime tijd in Zwitserland, en heb ik toch wel een goed beeld gekregen van hoe het is om met Zwitsers samen te werken, of op zijn minst een poging tot samenwerking te doen. Want ja, het valt inderdaad nog niet mee. Er zijn grote cultuurverschillen zichtbaar. Nu moet ik zeggen dat die verschillen eigenlijk alleen maar in het project naar voren komen, en wij gelukkig het op persoonlijk vlak nog steeds prima met ze kunnen vinden.

De cultuurverschillen zie je het meest terug in het nemen van beslissingen. Onze eerste echte confrontatie met de Zwitserse mentaliteit kwam bij de keuze van het aantal benen voor de robot naar boven. De vraag was of wij een robot op twee of vier benen gingen bouwen(een modulair design werd al snel vanwege complexiteit van tafel geveegd). Toen onze Phd.-begeleider aangaf dat twee benen niet te doen was(om redenen als stabiliteit e.d.), en we echt voor vier benen moesten gaan, besloten de Zwitsers 27 uur aan research te doen in in het weekend, om aan te tonen dat het volgens hen wel mogelijk was. Wij vroegen ons af of je na 27 uur research meer verstand van zaken hebt als een Phd. Nadat uiteindelijk, welliswaar op aparte wijze, was besloten voor vier benen te gaan, begon een Zwitser terug te krabbelen en merkte wij ontevredenheid bij een enkeling. Onze hoofdbegeleider gaf hierna aan dat het een goed idee was, toch nog eens na te denken over een modulair design, dat het misschien qua complexiteit wel meeviel e.d. Het was voor ons onmiddelijk duidelijk dat het deze begeleider te doen was om een compromisvoorstel om iedereen in de groep zijn zin te geven. Uiteindelijk is besloten deze discussie tot nader orde uit te stellen en te beginnen met het ontwerpen van de benen(dit is vrijwel niet afhankelijk van het aantal benen).

Het ontwerpen van de benen brengt ons bij mijn tweede voorbeeld. Een belangrijke kernvraag is of je knieën wilt gebruiken of gaat voor telescopic legs. Onze begeleiders zijn er over het algemeen vrij duidelijk in geweest: ga voor telescopic. Dat was zo overduidelijk en zo veelvuldig gezegd dat er voor ons geen enkele twijfel was over de vraag dat telescopic de beste keuze was. Onze begeleiders gebruikte zelfs letterlijk de volgende worden: “If you ask my personal opinion, I would go for telescopic legs”. Daarnaast volgde dit ook uit de research die wij gedaan hadden. De technische argumentatie zal ik hier achterwegen laten, maar was zeer goed aanwezig. Toch bleven Zwitsers hangen op het idee van de knieën en wilden zij nogmaals alle optie’s bekijken voor zo’ n twee weken, terwijl wij binnen anderhalve week wel in staat waren een beslissing te nemen.

Waarom niet gaan voor de technisch beste optie? Zult u zich wellicht afvragen. Dat vroegen wij ons af. Al snel bleken de Zwitsers naast onze doelen(10 km autonoom rennen met een minimale snelheid van 1 m/s) ook nog het begrip ‘vision’ te kennen. Zij omschreven dit als ‘de weg naar het doel toe’. In ‘vision’ kwamen dingen naarboven als dat het innovatief moest zijn en er goed uit moest zien. Wij Nederlanders begrepen hier weinig van: je gaat toch recht op je doel af? Gevolg was dat de discussie over benen nogal eens gekenmerkt werd door kreten als: “I don’t get excited of this” over telescopic legs of hierover opmerkingen als “I don’t think this looks good”.

Inmiddels zijn wij erachter gekomen dat de cultuurverschillen over een afstand van slechts zo’n 8 uur met de trein, toch zeer groot zijn. Aan de ene kant stoor je je soms verschrikkelijk aan de wijze waarop dingen lopen, aan de andere kant is dit natuurlijk de ervaring waarvoor je naar het buitenland gaat. Je wilt juist die cultuurverschillen waarnemen. Al met al zijn wij nog steeds zeer gelukkig dat wij dit hier mee mogen maken, en zijn we dankbaar voor de mentaliteit die wij vanuit Delft hebben meegekregen. Gelukkig is het, ondanks de cultuurverschillen, met de sfeer nog prima binnen het team. Een ervaring voor het leven zo’ n half jaar Zürich.

Het projectteam op het Polyterasse

Grenscontrole en de grootste waterval van Europa!

Inmiddels zit ik hier alweer wat langer en heb ik het idee dat ik volledig gesettled ben. Voel me wat dat betreft al bijna Zwitser. Boodschapjes doen, met de Polybaan naar de Universiteit, eten in de Mensa tijdens de lunch. Gisteren ben ik samen met de Nederlanders uit de projectgroep en iemand die hier Natuurkunde studeert naar de grootste waterval van Europa geweest. Dat werd uiteindelijk toch wel een heel avontuur.

We vertrokken met onze prachtige, maar wel opvallende, groene auto richting de Rheinfall. De Rheinfall is een waterval waar per seconde zo’n 600 000 liter water doorheen stroomt. De Rheinfall ligt ongeveer op de grens tussen Duitsland en Zwitserland. Al snel leidde de NavNav ons door Duitsland. Niks mis mee natuurlijk alleen kom je dan als je Zwitserland in wil, wel weer een grenscontrole tegen. Eén iemand, niet ik, maar ik zal de naam niet noemen had geen paspoort, ID-kaart of rijbewijs bij zich. Hij kneep hem wel even, maar uiteindelijk was het met zijn ETH-pas(“Legi” in het Zwitsers) toch nog goed. De Rheinfall is een prachtige ervaring. Boven de 23 meter hoge waterval hangt continu een hele condenslaag door het enorme waterspektakel.

Verder heb ik vorige week in mijn studentenflat voor 60 man hutspot gemaakt met alle Nederlanders, onder het genot van wat foute Nederlandse muziek. Dat was erg leuk, en veel werk uiteraard. De meesten vonden hutspot, tot mijn verbazing toch wel erg lekker. Inmiddels zijn de stroopwafels en drop alweer op. Het voordeel van drop is wel, je kunt het aan iedereen weggeven, die niet Nederlands is, en na één dropje hebben ze al meer dan genoeg gehad :P.  Het is maar goed dat er binnenkort weer een Nederlandse delegatie mijn kant op komt.

Tot slot nog even over het project. Cultuurverschillen domineren de samenwerking toch wel enorm. Ik zal niet in al te veel details treden, maar er is een groot verschil, Nederlanders nemen op een gegeven moment een beslissing en houden zich daar bij. Zwitsers willen toch langer overal over praten, met iedereen, en zorgen dat iedereen het met de beslissing eens is. Natuurlijk is zoiets op het moment zelf niet leuk, maar je leert er wel extreem veel over hoe het is om samen te werken met Zwitsers, en voor dat soort ervaringen kwam je hier uiteraard.

Grenscontrole!
Iedereen op een rijtje voor de Rheinfall
Dane, Robert, Julia en Ik
Hutspot maak je niet alleen

Eén week later

Inmiddels heb ik al een ruime week Zürich erop zitten. Het was een erg relaxte, en nog niet zo representatieve, week. In het begin heb ik vooral allerlei dingen geregeld zoals een Zwitserse bankrekening. Klinkt heel gaaf, maar het is maar de Postbank variant. Ook ben ik hier nu legaal.

Afgelopen weekend ben ik naar Luzern geweest met een hele groep uit mijn huis. We hebben eerst de berg Pilatus bezocht, waar ze onder andere de stijlste treinbaan ter wereld hebben(Zie plaatje hieronder). Het was daar toch wel vrij koud. Toen we weg gingen van huis was alles zo zonnig dat ik dacht zonder jas te kunnen. Nou, dat kon dus niet. Heen gingen we met de kabelbaan, terug met het treintje. Na Pilatus zijn we met de boot over het meer bij Luzern teruggevaren naar Luzern, en hebben daar nog even de stad bezocht.

In de stad hebben we de beroemde kapelbrug van Luzern gezien, en zijn we nog even bij het herdenkingsmonument geweest voor de Zwitsers die zijn gestorven tijdens de Franse Revolutie. Al met al een bomvolle dag waarna iedereen ook behoorlijk afgetaaid de trein terug in stapte.

Het laatste stukje lopen
Rob en ik bij het herdenkingsmonument
De projectgroep en twee natuurko’s uit Delft
De hele groep die mee ging op deze minitrip

In de bunker…

Na een zeer voorspoedige reis in onze knalgroen geverfde Daihatsu Applause zonder airco, waarbij we gelukkig niet bij de grens gecontroleerd werden, kwamen we eerst aan in Roberts appartement. Een soort spookhuis, want er was weinig leven in de brouwerij. Wel vonden we na een eerste ronde door het huis op de zolder nog iemand met een laptop op een matras. Toch een wat aparte gewaarwording

Daarna zijn we naar mijn flat geweest. Van buiten ziet het eruit als een zojuist uit de grond gestampte bunker, maar het is er wel reuze gezellig. Allerlei internationale studenten bij elkaar gestopt. Die avond zijn we direct met een groep op stap geweest. In de bunker wonen 180 studenten van 30 nationaliteiten. Het is bijzonder leuk om met andere studenten te spreken. Zo ontmoette ik al een Zweeds-sprekende Fin, een ICT’er uit India, een Deense Theologe, een Belgische Verbeek en ook wat Nederlanders. Koken moet hier op 20 pitten, en dat is met 180 man best weinig.

Gisteren zijn we met de andere lieden uit de projectgroep een OV-kaart wezen halen, en een Zwitserse SIM-kaart wezen regelen. Bellen is het enige wat hier in Zürich goedkoop is. CHF 0,09 om te bellen naar vaste nummers in Nederland. Verder zag ik alles vooral als een hele leuke grote vakantie. Vandaag, na te hebben uitgeslapen, lekker wezen zwemmen in de plaatselijke rivier en wat in de zon gelegen. Echt het Zwitserleven gevoel!

Onze auto