Focus op de middelmaat slaat excellentie dood

In het opiniestuk getiteld ‘Laat de gewone student met rust’ van Jeroen van Baar van vrijdag 3 januari 2014 pleit Van Baar ervoor te ‘accepteren dat we allemaal best wel gewoon zijn’. Hij stelt dat de afgelopen jaren aan de zesjescultuur een einde is gemaakt. Die stelling strookt totaal niet met de ontwikkelingen in het Hoger Onderwijs van de laatste jaren. Een pleidooi voor het laten herleven van de zesjescultuur leidt alleen maar tot verspilling van talent.

Sinds de uitspraak van Balkenende in 2003 hebben in het Hoger Onderwijs een hoop veranderingen plaatsgevonden. Al die veranderingen hadden negatieve effecten voor studenten met meer in hun mars. Neem nu het feit dat het instellingscollegegeld (vaak zo’n € 10.000) moet worden betaald voor het volgen van een tweede studie na een eerste. Studenten die op deze wijze willen excelleren zijn over het algemeen zeer gemotiveerd en kunnen door het combineren van twee vakgebieden nieuwe inzichten ontwikkelen. Helaas, het kan niet meer.

Een ander voorbeeld zijn de prestatieafspraken. De overheid laat de financiering van instellingen afhangen van rendementscriteria: zo veel mogelijk studenten moeten zo snel mogelijk afstuderen. Dit ís de door Van Baar bepleitte zesjescultuur: zo snel mogelijk studenten met zesjes door hun opleiding jagen om ze als grijze muizen aan de arbeidsmarkt af te leveren. Universiteiten doen dit door hun opleidingen steeds schoolser te maken. Zo heeft de TU Delft vanaf dit jaar op veel opleidingen verplichte huiswerkopgaven, moeten studenten bij andere opleidingen zich elke dag van 8:30 tot 17:30 laten opsluiten en spreekt men bij sommige studies van ‘klassenvertegenwoordigers’. Het maken van opgaven onder je niveau en verplicht aanwezig moeten zijn stimuleert slimme studenten niet. Sterker nog, het is verspilling van talent.

Dit zijn slechts een paar voorbeelden die laten zien dat het Hoger Onderwijs zich juist meer is gaan richten op de middelmaat en niet minder. Depressieve studenten met een minderwaardigheidscomplex moeten we natuurlijk voorkomen. De focus op de middelmaat brengt excellente studenten echter in precies dezelfde situatie. De zesjescultuur viert in het onderwijs al hoogtij en leidt tot niets meer dan in het keurslijf gedrukte studenten.

Wouter Verbeek is masterstudent Systems and Control aan de TU Delft en volgt tevens de master Econometrics aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Een verkorte versie van dit artikel verscheen onder de titel “Hoger onderwijs stimuleert nog steeds middelmatigheid” op 6 januari 2013 in NRC Next

Bèta’s zijn overal nodig

Maandag 1 oktober schreef ex-bèta Ernstjan van Doorn een betoog voor meer focus op het ‘verlies’ van 60% van de bèta-afgestudeerden omdat deze niet in de bèta-tech industrie terecht komen. Volgens Van Doorn wijst dit op een mis-match tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Niets wijst echter op zowel een verlies als een mis-match. Daarop focussen lijkt dan ook een slecht idee.

Welk verlies?

Allereerst stelt van Doorn dat het ‘natuurlijk niet de bedoeling’ is dat net-afgestudeerden niet in de bèta sector terecht komen. Maar laten we ons eens afvragen wat nu precies het probleem is met het feit dat 60% van de bèta’s in een andere sector gaat werken. Zeggen dat het ‘natuurlijk niet de bedoeling’ is hiervoor niet voldoende. Ingenieurs gaan niet voor niets werken bij banken, verzekeringsmaatschappijen, ministeries of in bij voorbeeld de politiek.

Deze sectoren hebben bèta’s namelijk ook keihard nodig. Zoals recent iemand uit het bankwezen aan Delftse studenten vertelde: “Kom alsjeblieft werken in de financiële sector. Wij hebben mensen die goed kunnen rekenen keihard nodig!” Bèta’s in die sectoren zijn een aanwinst en geen verlies. Sterker nog: het weghalen van bèta’s uit deze sectoren lijkt mij erg slecht voor dit land.

Geen mis-match

Mocht je dit dan toch willen beïnvloeden, is het probleem dan de ‘mis-match’ tussen de arbeidsmarkt voor bètatechnici en de afgestudeerden? Naast het feit dat technici (samen met medici) het snelst aan een baan komen,  speelt er iets speciaals: veel technische studenten studeren af bij een technisch bedrijf en krijgen daar direct een baan aangeboden.

Deze bedrijven krijgen hun werknemers dus direct binnen via afstudeerprojecten. In TU-kringen heeft iemand die afstudeert en nog geen baan binnen de sector aangeboden heeft gekregen toch iets ‘fout gedaan’. Dit wijst niet op een mis-match, eerder op een uitstekende match.

Onwenselijk

Het is ook maar de vraag of het wenselijk is afgestudeerden in een andere richting te sturen. Het bedrijfsleven bepaalt immers zelf als beste waar men behoeft aan heeft. De afgelopen jaren is gebleken dat dat niet de ‘paardenmanagers’ en ‘culture antropologen’ waren. Die kwamen immers, in tegenstelling tot bèta-afgestudeerden, nauwelijks aan een baan. Misschien zit het probleem dan ook wel meer bij de vele niet-aansluitende posities voor alfa- en gamma-afgestudeerden dan bij de bèta-afgestudeerden die overal aan de slag kunnen.

Stuart Mill schreef in ‘On Liberty’ dat vrijheid bestond uit ‘doen wat men wil’. Als een bèta een baan vindt bij een bank, is dat toch een prima keuze? Waarom moet er het woord ‘verlies’ aan worden gehangen? Waarom zou die bèta in een andere sector moeten gaan werken? Met verbazing heb ik kennis genomen van deze delen van het betoog van Van Doorn. Zeker gelet op zijn PvdA-achtergrond,de partij waarvan Wouter Bos ooit zei dat er ‘de echte liberalen’ zitten.

Bèta’s zijn overal nodig

Laten we de bèta’s vooral behouden voor de politiek, bij banken en ministeries; ze zijn daar van enorme toegevoegde waarde, maar laten we óók zorgen dat er meer bèta’s voor de industrie komen. Dat mes snijdt aan twee kanten: Meer mensen aan een baan en meer bedrijven met voldoende personeel.

Stilzitten en rapporten schrijven over ‘sector brede aanpak’ is achteruitgang. Het tekort wordt steeds nijpender. De oproep van de TU’s is dan ook volkomen terecht en keihard nodig: focus op het aantal afgestudeerden want bèta’s zijn overal nodig!

Wouter Verbeek is student Systems & Control aan de TU Delft en acht de kans aanwezig nooit in de techniek terecht te komen. 

Dit artikel verscheen op 8 oktober 2012 op ScienceGuide.

Onderwijs slachtoffer van snelstudeerhype

Met de uitspraak dat “de studenten gewoon zelf moet uitmaken hoe lang hij er dan over wil doen” slaat Mark Rutte niet alleen het fundament weg onder de langstudeerboete, maar ook de helft van het hele HO-beleid van het huidige kabinet. Het wordt steeds duidelijker dat de noodzaak om sneller te studeren niet meer was dan een hype. Helaas hebben we de afgelopen tijd wel de gevolgen gezien van de hype.

Mark Rutte verklaarde zelf in een artikel van 11 juli op ScienceGuide tégen een langstudeerboete te zijn. Hij vindt dat studenten zelf moeten weten hoe lang zij over hun studie doen.

Die uitspraak heeft niet alleen gevolgen voor het draagvlak van de langstudeerboete, maar voor veel meer actuele zaken. De prestatieafspraken bijvoorbeeld zijn voor een groot deel gericht op het studierendement.  Er wordt gemeten hoeveel studenten er binnen 4 jaar hun bachelor halen en universiteiten worden daar op afgerekend. Als de student het zelf moet weten, kan daar onmogelijk een universiteit op worden afgerekend. Al deze onderdelen van de prestatieafspraken lijken dus hun draagvlak te hebben verloren.

De  meeste universiteiten hebben zich gek laten maken door de, van het CDA afkomstige, hype van amper twee jaar. TU Delft heeft zich bijvoorbeeld vastgelegd op een verdubbeling van het bachelorrendement na 4 jaar van 27% in 2010 naar 55% in 2015. De gevolgen daarvan worden steeds zichtbaarder: het 40 uur per week ‘ophokken’ van studenten op de TU Delft, het slagen met vijven op de UvA en tot slot het simpelweg schrappen van 15% van de vakinhoud op de TU Delft.

Allemaal zaken die de onderwijskwaliteit hebben verlaagd en zijn ingevoerd om er maar voor te zorgen dat studenten nominaal studeren. Nu blijkt dat na het bedrijfsleven en de studenten, ook de overheid niks meer ziet in het bepalen van iemands studieduur. Het onderwijs is het slachtoffer geworden van niets meer dan een kortstondige snelstudeerhype.

Wouter Verbeek is student Systems and Control aan de TU Delft en vicevoorzitter van de Vereniging voor Studie- en Studentenbelangen te Delft (VSSD)

Dit artikel verscheen op 13 juli 2012 op Joop.nl

Medelijden met Maxime

Het begon allemaal in 2010 met een campagne van het CDA getiteld ‘Handen af van de stufi’. Het CDA dacht toen dat het afschaffen van de studiefinanciering op lange termijn meer kost dan het oplevert. Ook nu nog is dat het standpunt van het CDA.

Maar iedereen weet: regeren is compromissen sluiten. Het CDA wisselde de studiefinanciering in, in ruil voor een langstudeerboete. Maxime Verhagen werd aan het einde van de onderhandelingen benoemd tot Minister van Economische Zaken, Landbouw en, niet geheel onbelangrijk, Innovatie. Hij moet er voor zorgen dat Nederland weer in de top 5 kenniseconomieën terecht komt. Een taak waarvoor alles op alles moet worden gezet. Al snel wordt duidelijk dat het grootste probleem het tekort aan bètatechnici is. Het aantal techniekstudenten moet verdubbelen willen we niet achterop raken.

Terwijl Maxime Verhagen er zijn best voor doet dit te bereiken door bijvoorbeeld het topsectorenbeleid en het Platform Bèta Techniek is zijn collega bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met het tegenovergestelde bezig. Staatssecretaris Zijlstra is begonnen met het invoeren van een langstudeerboete. Meteen is duidelijk dat vooral technische studenten de dupe zijn van die boete. Als je 40 uur per week aan je studie zit en alsnog gemiddeld 7,2 jaar over je ingenieursopleiding doet, is de kans op een boete wel erg groot. De langstudeerboete kan beter een ‘zware studie’-boete worden genoemd.

Halverwege januari, amper twee weken nadat Yacht bekend maakt dat de vraag naar technici in het laatste kwartaal van 2011 enorm is gestegen en spreekt over een kenniscrisis, stuurt Halbe Zijlstra het voorstel voor het afschaffen van de masterstudiefinanciering naar de Tweede Kamer. Beta en technische masters duren twee keer langer dan andere studies. Door het wetsvoorstel bouwen bètatechnici dus een twee keer zo hoge studieschuld op. Nog een reden, naast het lage startsalaris en de langstudeerboete, om maar geen ingenieur te worden. Dat dit evident is, blijkt wel uit het feit dat vrijwel alle betrokken organisaties, van VNO-NCW tot ISO de noodklok hebben geluid over de “volstrekt contraproductieve effecten”.

Dit actieve bèta-ontmoedigingsbeleid moet Maxime Verhagen toch pijn doen. Hij zet zich in voor de kenniseconomie, maar door zijn collega bij OC&W is het vechten tegen de bierkaai. De bedrijven, die ons land weer bij de top 5 moeten trekken, zoals ASML, moeten zelfs in de media het kabinet erop wijzen dat dit niet gaat werken. En Maxime, die zit met handen en voeten gebonden aan het regeerakkoord. Wat moet het frustrerend zijn om als minister je ambities niet waar te kunnen maken omdat je collega contraproductief beleid aan het maken is en je er niks van mag zeggen. Ik heb medelijden met Maxime.

Wouter Verbeek is student Systems & Control aan de TU Delft en vicevoorzitter van de Vereniging voor Studie- & Studentenbelangen te Delft

Dit artikel verscheen op 13 maart 2012 op Nationale Onderwijsgids.nl.